Verdwalen en aanverwante persoonlijke zaken…

Je zou kunnen zeggen dat een mens altijd onderweg is. Zo niet letterlijk, dan toch wel figuurlijk. Mensen doen dat doordat ze hun verlangens achterna gaan. Voor de een is dat een retourtje New York om daar een voorstelling te zien, voor de ander is het verlangen een volle maag en dus een zoektocht naar eten voor die dag. Voor weer een ander is onderweg zijn vooral een antwoord vinden op existentiële vragen. Wat de reden ook is om in beweging te komen, het resultaat is universeel: niets blijft lang hetzelfde. Er zit een clichématige waarheid in het feit dat zelfs een in het water gegooide steen in zekere zin de wereld verandert. Verlangen is een drijvende kracht, die ons aanzet tot actie.

Ik ben daar zelf geen uitzondering op. Ik doe mijn werk, ben zorgzaam voor mijn omgeving, geniet van een Engelse detective en breng trouw ons plastic afval naar de daarvoor bestemde bak. Beweging genoeg, maar er is meer. Tegelijkertijd ben ik namelijk, niet altijd even bewust, óók als een pelgrim op weg naar mijn bestemming. Misschien zou ik dat beter mijn levenstaak kunnen noemen. Mooi woord vind ik dat, levenstaak. Het heeft iets onontkoombaars, maar knipoogt ook plezierig naar het gereformeerde van ooit.

Dit soort van onderweg zijn vind ik niet altijd gemakkelijk, vanwege het hoge gehalte aan ‘onbekende bestemming’. De ervaring heeft mij inmiddels geleerd dat betrouwbaar lijkende kompassen en verleidelijke, kleurrijke landkaarten steeds een goede poging doen om mij daar te krijgen waar ik niet echt thuis ben. Elke keer denk ik dat ik nu de goede weg heb of zelfs dat ik aangekomen ben. Voor het gemak, of het snelle succes vergetend dat mijn ziel mijn enige kompas is waar ik naar zou moeten; oh nee, naar zou willen luisteren. Dat ‘moeten’ hoort bij mijn ego, dat in principe helemaal niet wil verdwalen, maar het toch steeds doet dankzij de hulpmiddelen van de moderne pelgrim: de wegwijzers van de geplaveide wegen waar ‘hard werken’, ‘succes’ en de verlokkingen van geld op staan, ook al gaat dat hand in hand met zelfkritiek en stress. Als je die wegwijzers terugbrengt naar hun essentie draait het allemaal om macht. Daar heb ik ook een deel van gekregen. Een zinnige vraag daarbij is wat die macht mij tot nu toe heeft opgeleverd. Simpel: een (schijn)gevoel van veiligheid en een zekere toegang tot de aanwezige middelen. Ik zei het al, ik ben vaak en stevig verdwaald. Aan de andere kant, waarom zou ik de eerste zijn die zonder omwegen of schipbreuken zou arriveren?

Van de week droomde ik dat ik rond liep met een groot, scherp en puntig mes. Ik nam het overal mee naar toe. Nogal ongemakkelijk, vooral omdat ik het probeerde te verbergen onder mijn kleren. Ik vouwde het in een los vest. Het lukte allemaal niet, het was te groot en er was steeds wel iets van zichtbaar. Ik kon en kan er niet omheen. Een mes gebruik je om iets los te snijden, daardoor suggereert het een afscheid en, het kan niet anders, ook een begin. Dat past wel bij mijn leeftijd. Ik sta bewust aan het begin van een nieuwe periode en ik weet niet precies hoe de weg eruit zal zien, maar ik ben er wel van overtuigd dat Jij erbij bent. Bij vlagen ben ik bereid, aarzelend, onderwijl stiekem rondkijkend of er niet toch nog ergens een stukje wrakhout drijft waar ik me aan kan vastklampen. Deze weg heeft namelijk, net als iedere andere, een prijs. Ik wil ‘ja’ zeggen, omdat ik weet dat Jij er dan de hele dag bij bent, maar ben ik er al echt aan toe? Ik ben nog maar zo weinig bij Jou. Bezig met verdwalen, weet je nog?

Verdwalen is eigenlijk een ingewikkelde zaak om te beschrijven, je zou het zelfs een driedimensionale contradictio in terminis kunnen noemen. Als je hier in de Spuistraat aan honderd mensen vraagt of ze graag verdwalen, zullen er waarschijnlijk achtennegentig zeggen dat ze daar bij voorkeur voor bedanken. Tegelijkertijd hoef je niet per se een romanticus te zijn om te beseffen dat een beetje verdwalen op zijn tijd je ook een hoop op kan leveren. Het kan leuk, verrassend of verhelderend zijn. Maar ook beangstigend als het tegen donker in een bos gebeurt. Met verdwalen zo beschrijven, ben ik er nog niet. Het is een natuurwet dat het verhaal altijd groter is dan het lijkt.

Op een diepere laag, de derde dimensie, ervaar ik verdwalen als een fundamentele bedreiging voor mijn ziel, doordat het mij simpelweg afleidt bij het bereiken van mijn bestemming. Het levert, kort gezegd, gemis op en daarmee ontstaat automatisch een verlangen, waardoor ik weer opnieuw op pad ga. Dat weer wel.

De noodzaak om het toch te doen, ik heb het nog steeds over verdwalen, heeft te maken met mijn beleving van veiligheid. Door te verdwalen op al die geplaveide wegen, creëer ik een zelfbeeld dat ik nodig denk te hebben om mijzelf te stutten en te beschermen. Tegen alles wat er krioelt, vliegt en fluistert in dat bos in de nacht.

Je zou ook kunnen zeggen dat verdwalen een synoniem is van jezelf ontrouw zijn. Van weten dat je op het verkeerde pad zit, maar dat weten wegstoppen in plaats van het pad. Hardnekkigheid speelt een zekere rol.

Ik ben gekomen om mijn bestemming te bereiken en ik weet zeker dat Jij het daarmee eens bent. Daar hoeven we helemaal niet over te praten, zonder woorden hebben we elkaar dat ooit beloofd. Blijft spannend wie de meeste inspanning zal leveren om dat doel te bereiken. Ik schat in dat onze belangen in wezen even groot zijn, doordat ik erop vertrouw dat Jij en ik ooit onze dualiteit voorbij zullen zijn. Jou volledig in de ogen kijken is misschien mijn bestemming wel. Dan is het een moment, of een staat van zijn, in plaats van een plek. Of is het een zeker weten van thuis zijn, zodat ik kan rusten, of is het een stadium waarin zelfs dat zekere weten niet belangrijk meer is?

Is er een goed werkend recept tegen verdwalen? Ja, bijvoorbeeld een toevallige blik en daar herkenning in zien, een woord dat uit zichzelf even blijft hangen, loskomen van de aarde door een ritje in een draaimolen, een zin die een man of een vrouw schreef in een andere eeuw en die nog steeds zo waar is, echt vertrouwen hebben, dansen, een kind dat iets ontdekt of het schrijven van dit stuk. Hier zit overal iets van verwondering in door een aanraking uit een groter bewustzijn. Dan kan ik zomaar even helemaal niet-verdwaald meer zijn en dat kan niets anders betekenen dan dat ik thuis ben. Al is het maar voor even, in dat moment van stilte.

Wat ik nodig heb is moed. Soms ben ik er zo dichtbij dat ik warempel durf te gaan, verbaasd kijkend wat ik doe. Zo’n liefdevol onderweg zijn smaakt naar kristalhelder water, opwellend uit de bron. Ergens vermoed ik een oneindig reservoir.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.