Tabor: muziek, zang en dans als brug

Gepubliceerd in Het Wiel

Discriminatie komt altijd uit onwetendheid voort

Als ik de mensen van Tabor ontmoet voor het interview, hebben ze net de soundcheck voor een optreden achter de rug. Ze hebben wel tijd om even te praten, ze moeten nog uren wachten totdat zij het podium opgaan. Geduld is de andere kant van het applaus. Ondertussen druppelen andere mensen binnen die meespelen op het Gipsyfestival van die avond, er worden handen geschud. Hier en daar klinkt een piano of een gitaar.

Uitgebreid repertoire                                                                                                          Tabor is een Sinti-ensemble dat zowel traditionele muziek speelt, als nieuwe nummers schrijft en uitvoert. Daardoor wordt het muzikale verleden bewaart én uitgebreid. De groep heeft een voorliefde voor authentieke, in het Romanes gezongen levensliederen. Daarnaast spelen ze ook jazzmuziek, waar de invloed van de legendarische Django Reinhardt in doorklinkt. Op maatschappelijk gebied zijn ze ook actief. De groep heeft theaterproducties en schoolprojecten ontwikkeld waar de cultuur en de geschiedenis van de Sinti en Roma centraal staan.

Requiem voor Auschwitz                                                                                                   Roger Moreno, componist, arrangeur, accordeonist en violist, is een van de muzikanten van Tabor. Hij schreef het Requiem voor Auschwitz, een levend monument voor alle slachtoffers van de naziterreur. Het is uitgegroeid tot een groot Europees project met optredens in verschillende landen. De uitvoering gaat gepaard met een film- en documentaireprogramma en exposities.

Wat maakte dat je het Requiem ging schrijven?                                                                       ‘Ik was in ’98 voor de eerste keer in Auschwitz. Het is verschrikkelijk in zo’n kamp te zijn. Zolang je het op foto’s ziet, is er altijd nog een afstand. Als je er zelf staat, begin je het lichamelijk te voelen. Ik kon erin en er weer uit, maar de mensen toen konden enkel maar naar binnen en gingen eruit als rook. Tegelijkertijd werd ik woedend. Er is nog steeds intolerantie tussen volken en religies. Hebben ze nou zestig jaar later nog steeds niks geleerd? Als men over de oorlogsslachtoffers praat, dan spreekt men eerst altijd over de Joden. Dat is te begrijpen, zij hebben de meeste mensen verloren, maar ook van ons volk zijn er een half miljoen omgekomen en daar wordt niet veel over gepraat. Ik wilde vanuit onze hoek een bijdrage leveren om te gedenken. In de concentratiekampen zat iedereen in dezelfde boot. Wie of wat ze ook waren, ze hadden dezelfde pijn, honger en vernederingen. Daarom dacht ik, àls ik werk maak, dan maak ik het voor allemaal. Ik wilde een soort levend gedenkteken voor alle slachtoffers maken. Een neveneffect is dat het mogelijk een positieve invloed heeft. Dit jaar hebben de Sinti en de Roma, voor het eerst sinds de dodenherdenking bestaat, veel aandacht gekregen. Wij zijn net terug uit Praag en Boedapest, waar uitvoeringen van het Requiem zijn geweest. Het was geweldig, minutenlange staande ovaties. Door de grote belangstelling van de pers voor het Requiem, is ook daar de discussie op gang gekomen. Belangrijk, want de vooroordelen en de stigma’s ten opzichte van de Sinti en Roma leven daar nog sterk. We zaten bijvoorbeeld in Tsjechië in een taxi toen er iets over Roma op de radio was. De chauffeur begon opeens van: “Daar heb je die zigeuners weer, altijd maar bedelen en geld vragen, altijd maar kinderen krijgen. Eigenlijk moet je ervoor zorgen dat ze geen kinderen meer kunnen krijgen.” Hij had even niet door wie hij zelf in zijn taxi had.’

Hoe ben je te werk gegaan?                                                                                                          ‘Ik heb eerst nagedacht in welke vorm ik het wilde gieten. Een requiem, oorspronkelijk een mis voor de doden, was daar geschikt voor. Na een paar maanden had ik de grondstructuur klaar, maar daarna was het op, geen inspiratie meer en het werk lag zeven jaar in de la. In 2007 kwam Albert Siebelink naar mij toe, de directeur van het Gipsy Festival. Die zei ervoor te zorgen dat het uitgevoerd zou worden. Blijkbaar heb ik die stoot net nodig gehad, maar daarna  is er nog eens drie jaar overheen gegaan. Het was veel werk, vooral voor iemand die nooit muziek gestudeerd heeft. Je moet voor alle zangstemmen en instrumenten de noten opschrijven. Al doende heb ik nu wel mijn conservatorium gehaald, vind ik.’

Maatschappelijke projecten

Even terug naar Tabor, hoe gaat het met jullie theater- en schoolprojecten?                ‘Onze doelstelling is de zigeunercultuur naar de burgerbevolking te brengen. Discriminatie komt altijd uit onwetendheid voort. Omdat mensen bijna niks afweten van onze cultuur, gaan ze gissen, beginnen ze zich een beeld te maken en dan is de stap naar stigma’s en discriminatie snel gezet. Wij willen via toneel, liederen, muziek, dans en gedichten zowel in theaters als op scholen iets vertellen over onze traditie en geschiedenis. Het is voor het gekke dat wij als oudste etnische minderheid in Nederland het minst bekend zijn. Van de Turk en de Chinees kennen ze de spijskaart uit het hoofd, maar van onze cultuur weet bijna niemand iets. Of het zijn geromantiseerde voorstellingen, of een negatief beeld.’

Hoe zijn de reacties?                                                                                                                      ‘De kinderen vinden het geweldig. Het is heel levendig. We vertellen iets, spelen muziek en Piroschka zingt en danst. De kinderen kunnen meedansen. De kinderen van nu, zijn onze buurmensen van morgen. Bij hen kan het discrimineren stoppen. In het theaterprogramma De lange reis wordt een beeld gegeven van de 2000 jaar oude geschiedenis en tradities van de Roma en de Sinti, gekoppeld aan de landen waar ze in de loop van de eeuwen doorheen trokken.

Een ander programma heet O’ dschipen, wat ‘het leven’ betekent in het Romanes. Het is een inkijk op ons eigen leven. Ook doen we samen met het Internationale Gipsyfestival mee aan Mijn eigen Gipsyfestival op school, waarbij door gastlessen en optredens de kinderen kennismaken met onze geschiedenis en cultuur. Ze geven er vervolgens hun eigen interpretatie aan en maken, onder begeleiding, een eigen voorstelling voor op hun school.’

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *