Het Zieken in Den Haag

Gepubliceerd in het personeelsblad van de gemeente Den Haag.

Wat heeft de straatnaam het Zieken te maken met de krachtterm ‘Lazer op’? Meer dan je op het eerste gezicht zou denken. De term is namelijk afgeleid van Lazarus, de patroonheilige van de melaatsen. Juist aan de mensen die aan lepra leden, zieken dus, heeft de kade zijn naam te danken.

Daar waar de stad ophield                                                                                                    Een brede vaart met een trekschuit of een roeiboot, weilanden met in de verte de Laakmolen: dat was in de 15e eeuw het uitzicht richting Rijswijk en Delft, vanaf wat nu het Rijswijkseplein is. Daar hield de bebouwing van Den Haag op en dat was precies de reden dat op die plek, langs de nog steeds bestaande vaart en gedeeltelijk op de plaats waar nu het bekende witte paviljoen staat, een leprozen- of leprooshuis stond. Het water heet overigens het Zieke -enkelvoud- en was voorheen een drukke handelsroute naar en van Delft.

Lepra                                                                                                                                                 In de middeleeuwen kwam lepra of melaatsheid vrij veel voor in Nederland. Waarschijnlijk is de bacterie mee teruggereisd met de kruisvaarders. De artsen hadden in die tijd geen idee van de oorzaak, men zag er een goddelijke straf in, maar ze wisten wel dat de ziekte besmettelijk was en dat maatregelen noodzakelijk waren. Lepralijders moesten buiten de samenleving worden gehouden in ommuurde leprooshuizen. Ook mochten zij geen omgang  hebben met gewone burgers en moesten zij speciale kleding dragen. Als er buiten de muren een gedoogzone was waar ze wel mochten komen, waren ze verplicht lawaai te maken met hun houten ratel of klepper, zodat iedereen zich tijdig uit de voeten kon maken. Waarschijnlijk hebben de afzichtelijke misvormingen van de melaatsen ook bijgedragen aan hun isolement. Men wilde zo min mogelijk geconfronteerd worden met de ziekte.

Andere bestemming                                                                                                                   In 1654 overleed de laatste melaatse en kwam de ziekte niet veel meer voor in het land. Een apart leprozenhuis werd overbodig en het gebouw kreeg een andere bestemming. Het werd eerst een proveniershuis, een soort verzorgingshuis waar mensen, meestal mannen, tegen betaling van een eenmalig bedrag levenslang kost en inwoning kregen. Daarna is het nog even een hospitaal geweest en later een kazerne voor het Bataafse leger. In 1826 is het gebouw gesloopt om plaats te maken voor andere bebouwing.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *