Hedendaags antisemitisme, een gesprek met prof. dr. Evelien Gans

Gepubliceerd in het Auschwitz Bulletin 2013

‘Zwaan kleef aan’

Prof. dr. Evelien Gans is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Haar vakgebied is ‘Hedendaags Jodendom, zijn geschiedenis en cultuur’. Daarnaast is zij onderzoeker bij het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Zij is daar projectleider van een grootschalig onderzoek naar de dynamiek van hedendaags antisemitisme in een wereldwijde context. Het vertrekpunt van dit onderzoek is Nederland na 1945.

Er is een team van vier onderzoekers die zich respectievelijk richten op het ‘Nederlandse Nederland’, de Marokkaanse, de Poolse en de Turkse bevolkingsgroepen. Antisemitische fenomenen en incidenten worden in kranten, op internet, in de literatuur en in archiefmateriaal onderzocht en geanalyseerd. Evelien Gans houdt zich bezig met het onderzoek van de ‘Nederlandse Nederlanders’.

De chemie tussen de verschillende categorieën stereotypen en beelden over Joden wordt onderzocht. De vraag is in hoeverre de Nederlandse (en Europese) ‘traditionele’ stereotypen zich met nieuw ontstane vooroordelen van na de Holocaust mengen en met vooroordelen binnen de Marokkaanse, Poolse en Turkse gemeenschappen. Ook wordt er aandacht gegeven aan de complexe verhouding tussen antisemitisme, antizionisme en kritiek op Israël, ook wel de fatale driehoek genoemd. Daarnaast zal onderzocht worden in hoeverre Joodse instellingen en individuele Joden het antisemitisme instrumentaliseren.

Het project loopt van 2010  tot eind 2013. Projectwebsite:  www.dutchantisemitism.nl

Wat was de aanleiding om dit onderzoek te starten?

‘Ik ben al heel lang gefascineerd door het bestaan en de functie van anti-Joodse of antisemitische stereotypen. Daarvan dateert ook mijn boekje Gojse nijd & Joods narcisme (1994). Daarnaast vond ik het een belangrijk onderwerp voor het NIOD, omdat er hier niet alleen naar de oorlog zelf wordt gekeken, maar ook naar de effecten ervan en naar uitsluiting van minderheidsgroepen.

Er is in Nederland erg weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar antisemitisme. Een trigger was voor mij het besef dat antisemitisme na de Tweede Wereldoorlog absoluut niet was afgelopen; het ging op verschillende manieren door. Ik heb het als fenomeen bestudeerd. Hoe werkt het, waarom werkt het en waarom al zo lang? Wat voor nieuwe vormen heeft het aangenomen na de Shoah?’

Wat is de kern van antisemitisme?

‘Het is begonnen met het christendom dat zich afsplitste van het jodendom. Het christendom stond in eerste instantie zwakker en voelde daardoor de noodzaak zich te profileren als opvolger en vervanger. Er ontstond een concurrentiepositie. Ik zeg het nu erg kort door de bocht, maar in feite heeft het vroege christendom de mythe ontwikkeld van de moord op Christus door de Joden. Het is een krachtige mythe gebleken, die leeft tot op heden. Historisch gezien is het overigens veel waarschijnlijker dat de Romeinen de drijvende kracht waren achter de kruisiging. Alles is altijd veel genuanceerder dan dit soort schema’s, eeuwenlang hebben beide groepen in relatieve vrede naast elkaar geleefd. Rond de tijd van de kruistochten veranderde door sociaaleconomische redenen de positie van de Joden. Ze werden in de geldhandel gedreven, een kwetsbare en onsympathieke positie. Je bent niet dol op degene waar je je schuld aan moet afbetalen. Aan de al bestaande stereotypen hechtte zich de nieuwe van de woekerjood, maar ook kwamen er irrationele elementen in, zoals het geloof in rituele moorden op christenkinderen. Er ontstond een zwaan- kleef- aan-effect.

Na de Verlichting gingen de Joden zich gaandeweg assimileren en waren soms niet meer herkenbaar als Joden. Het racistische antisemitisme ontstond, waarin gesteld wordt dat het niet uitmaakt of een Jood zich bekeert: het zijn genetische eigenschappen, het zit in het bloed. Joden werden gezien als dragers van een bedreigende moderniteit en secularisatie. Het beeld van de Jood vertoonde een Januskop: dat van de schlemielige Jood, de onbetrouwbare Jood, maar ook dat van de machtige Jood die de touwtjes in handen heeft. En toen kwamen de nazi’s.’

Waar richt u zich op in uw onderzoek?

‘De bedoeling is dat ik de resultaten van mijn onderzoeksgebied in een boek verwerk. Mijn focus is op hoe de Shoah tegen de joden is gekeerd. Met andere woorden, wanneer en op wat voor een manier gaat er zoiets optreden als dader-slachtoffer-omkering; samen met nivellering is dat de rode draad van mijn onderzoek. Daarbij geldt ook dat niets algemeen geldig is, voor je het weet ben je zelf aan het generaliseren.’

Kunt u wat voorbeelden geven?

‘Al direct na de oorlog werd de Shoah op verschillende manieren tegen de Joden gekeerd, bijvoorbeeld doordat in christelijke kringen werd geloofd dat de Joden dit over zichzelf hadden afgeroepen door zich niet te bekeren, door hardnekkig vast te houden aan hun eigen versteende religieuze opvattingen. Een ander voorbeeld is dat mensen liever geen bezittingen, dokterspraktijken of huizen wilden teruggeven. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld is dat snel na de oorlog, bij acute ruzies, de belediging “ze zijn vergeten je te vergassen” in zwang kwam. In de jaren ’80 dook dat in een andere context op, namelijk in voetbalwedstrijden tegen Ajax: “Alle Joden aan het gas”, samen met het maken van sisgeluiden. In ’84 heb je Theo van Gogh met zijn pamflet tegen Leon de Winter, waarin ook de gaskamer figureert. Deze beledigingen werden door Joden heel erg gevonden. Begrijpelijk, er werd eigenlijk gezegd, je had er niet mogen zijn, je had ook vergast moeten worden. Er kwamen reacties, er werden rechtszaken om gevoerd. De Shoah riep dus aan de ene kant afschuw, schaamte, schuld en medeleven op, maar ook agressie tegen het slachtoffer: blaming the victim.

Een ander voorbeeld is het stereotype van de laffe Jood. Waarom hebben de Joden zich niet verzet? Waarom hebben ze zich als makke schapen naar de slachtbank laten sturen? Individueel verzet was er wel, maar waarom is er nooit massaal verzet geweest? Dit soort thema’s zijn heel delicaat. Je moet ontzettend uitkijken dat je niet in de ene pool terechtkomt van de Joodse heldhaftigheid of in de andere van de Joodse lafheid en passiviteit. Het is natuurlijk heel veel complexer dan dat.

In ’61 krijg je het proces tegen Eichmann. Dat is een doorbraak geweest. Wereldwijde discussie, ook de Arabische wereld deed mee en nam het voor Eichmann op vanwege hun politieke standpunt ten opzichte van Israël. De schijnwerpers werden gezet op de jodenvervolging. Dat leidde tot de constatering dat Eichmann dit natuurlijk niet allemaal alleen heeft kunnen doen. Dat was het begin van een aanklacht tegen niet alleen Nederlanders die ‘fout’ waren geweest, maar ook tegen omstanders die Joden niet hadden geholpen, toegekeken hadden of ervan hadden geprofiteerd.

Het boek Wij weten niets van hun lot: Gewone Nederlanders en de Holocaust (2012) van Bart van den Boom roept bij mij veel vragen op en kritiek. Zijn stelling is dat ‘gewone Nederlanders’ niet wisten welk lot de Joden wachtte. Dat is voor een groot deel waar, maar hij vernauwt de essentie van de Holocaust tot de daadwerkelijke vernietiging. Hij beweert dat als zowel Joden als niet-Joden hadden geweten dat in de meeste gevallen de gaskamer op de Joden zou wachten, ze anders en adequater gehandeld zouden hebben. Een if-geschiedenis; we weten het niet. Alles van de Holocaust was erop gericht het te verhullen. Er waren geruchten, ook over het vergassen, maar die werden meestal weer verworpen. Het was nog nooit vertoond en je kon je er niets bij voorstellen. Bovendien was het gewoon te eng.’ *zie noot

U heeft zich uitgesproken over nivellering van de geschiedschrijving. Kunt u daar wat over zeggen?

‘Er was bijvoorbeeld het gedicht van de middelbare scholier bij de dodenherdenking, over zijn oudoom die bij de Waffen SS ging. Na protesten heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei uiteindelijk besloten om dit gedicht niet te laten voorlezen. Het gaat erom dat die jongen op een bepaalde manier ook weer stereotype opvattingen weergaf. Zijn oudoom ging aan het Oostfront vechten tegen de Russen. Die man zou ook slachtoffer geweest zijn van de omstandigheden, want hij was een goede jongen en kon niet meer terug. Dat is een mooi voorbeeld van wat ik nivellering noem. De terugtrekking van het gedicht gaf ook weer reacties. Het meest extreem op internet, omdat je daar alles kunt lozen. Zeer antisemitische reacties waren daarbij. “Wat denken de joden wel, altijd maar jammeren, alsof zij de enige slachtoffers zijn. Kijk wat ze zelf in Israël doen.”

Die link, die dader-slachtoffer-omkering of nivellering vind je ook als het om Israël gaat, dat beschuldigd wordt van zelf een genocide te plegen ten opzichte van de Palestijnen. Ik ben zelf zeer kritisch ten aanzien van de Israëlische regering, maar het Israëlische regime gelijkstellen aan het regime van het Derde Rijk is de zaak op een enorme manier nivelleren. De politiek ten opzichte van de Palestijnen is in mijn visie vaak wreed en vernederend, maar bestaat niet uit systematische moord. De Joden waren in de oorlog doelwit van vervolging en waren daardoor in een onvergelijkbare situatie met een jongeman die ervoor koos om zich bij de Waffen SS te melden.

Nivellering vind ik een vervlakking. Contrasten en verschillen vallen erdoor weg. Natuurlijk waren er binnen al die individuele levens veel nuances, maar als er zo aan de grenzen wordt getoornd dat iedereen een beetje dader en iedereen een beetje slachtoffer was, dan krijg je een vergrijzing van het geschiedbeeld.’

*Zie ook het essay van Evelien Gans en Remco Ensel over het boek van V/d Boom en het verschijnsel ‘nivellering’ in De Groene Amsterdammer van 13 december 2012. In de papieren versie van het essay staan geen noten, aan de websiteversie zijn die wel toegevoegd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JvdV.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *